programma2011
Verkiezingsprogramma van de SP provincie Noord-Brabant:
Brabant verdient beter (maart 2011)
Inhoud
- Democratie,
burgerschap en bestuur
- Werk, economie, energie en
onderwijs
- (Jeugd)zorg, welzijn en
andere provinciale zorgtaken
- Verkeer en vervoer
vervoer
- Ruimte, milieu, natuur
en landbouw
- Kunst, geschiedenis
& educatie
- De provincie en het geld
Download
de Acrobat pdf-versie
Inleiding
We hebben in een beperkt aantal
jaren de provincie
ongelooflijk zien groeien en uitdijen.
Ging de provinciale begroting in
2000 nog over een totaal
bedrag van ongeveer 300 miljoen, over het jaar 2010 ging het om maar
liefst
ongeveer 1100 miljoen! Bijna een verviervoudiging!
Ambtenaren werden aangenomen om
“het geld weg te zetten”
en bij de begrotingsbehandeling 2009 was de grootste zorg “wat moeten
we toch
doen met de ruim 300 miljoen euro die we nog vrij te besteden hebben?”.
Hoe kwamen we in de provincie aan
al dat geld? Natuurlijk
via onze Brabantse belastingbetalers en via de energierekeningen van
diezelfde
belastingbetalers. Als SP hebben we er altijd voor gepleit dat het
extra geld
dat de provincie via Essent binnenkreeg, terug zou moeten naar de
mensen.
Immers op het leveren van gas en elektriciteit door een
overheidsbedrijf hoort
geen winst gemaakt te worden.
De meerderheid in Provinciale
Staten hebben Essent echter
verkocht, er miljarden voor ontvangen, maar nu blijkt al dat de
landelijke
overheid echt niet al die miljarden bij de provincie zal laten. En zo
heeft
straks de Brabantse burger het nakijken. Het bedrijf Essent is verpatst
en het
geld wordt voor het overgrote deel opgeëist door “Den Haag”.
Een andere belangrijke
inkomstenbron van de provincie was
en is de opcenten op de motorrijtuigenbelasting. Een rare vorm van
belasting,
want er wordt van alles wat de provincie doet van betaalt, maar als je
geen
auto hebt, hoef je daar blijkbaar niet aan mee te betalen. Het is
daarnaast ook
een belasting die helemaal niet uitgaat van het principe “de zwaarste
lasten op
de sterkste schouders”. De SP vindt dat de opcenten op de
motorrijtuigenbelasting moet worden afgeschaft.
De SP wil naar provincies die zich
vooral bezighouden met
hun wettelijke taken, waarbij die taken niet voor alle provincies
precies
hetzelfde hoeven te zijn. Het geld dat hiervoor nodig is kan het beste
vanuit
landelijke middelen(Inkomstenbelasting) via het provinciefonds verdeelt
worden.
Boven het noodzakelijke geld voor
haar wettelijke taken
zou er een beperkt bedrag(bijvoorbeeld 5%) extra aan de provincie
kunnen worden
gegeven voor het voeren van een (beperkt) eigen beleid.
Zo voorkomen we dat provincies op
allerlei manier zich
overal mee gaan bemoeien en met belastinggeld gaan lopen rondstrooien.
Een
duidelijk voorbeeld van dit laatste vindt de SP terug in de 100 miljoen
euro
die de provincie nu wil uitgeven voor Brabant Culturele Hoofstad en
Olympische
toplocaties.
De SP is er klaar voor om de mooie
provincie
Noord-Brabant mee te gaan besturen, maar we zullen dat vooral doen met
als
uitgangspunt: “Een bescheiden provincie met een bescheiden rol”.
1.
Democratie, burgerschap en bestuur
De SP is voorstander van het handhaven van de drie bestaande
bestuurslagen: rijk, provincie en gemeente. We moeten ons wel afvragen
of de huidige provincie Noord-Brabant de juiste schaal heeft. De SP is
voor een onderzoek naar de voor- en nadelen van het verdelen van
Brabant in drie of vier (mini)provincies met een sterke
sociaaleconomische en culturele samenhang. Tegelijkertijd zouden dan de
niet democratisch gekozen regionale samenwerkingsverbanden zoals de
Stedelijke Regio Eindhoven (SRE) kunnen worden opgeheven.
Ten aanzien van de taken van dergelijke kleinere provincies is de SP
voorstander van ‘bestuur op maat’. In zo’n kleinere provincie met een
grote sterke centrumgemeente zou bijvoorbeeld jeugdzorg een
gemeentelijke taak kunnen zijn, in een regio bestaand uit voornamelijk
platteland zou de (kleinere) provincie die taak kunnen vervullen.
Als we steeds verder gaan met het overhevelen (decentraliseren) van
taken van de landelijke en provinciale overheid naar gemeenten, krijgen
we een steeds verdergaande schaalvergroting op gemeentelijk niveau. Met
andere woorden: als we zo doorgaan bestaat Brabant over een aantal
jaren nog maar uit een stuk of tien gemeenten. De SP is tegen deze
schaalvergroting. De gemeenten mogen niet te groot worden en horen
dicht bij de mensen te staan.
Regelmatig was er in de afgelopen periode opschudding over de
wachtgeldregelingen, de betaalde nevenfuncties van de Commissaris van
de Koningin, het misbruik van fractiebudgetten, de snoepreisjes en de
benoemingen van provinciale commissarissen. Het beeld van
vriendjespolitiek en van politici als graaiers en zakkenvullers doet
het aanzien van de politiek geen goed. Om te worden gerespecteerd,
gewaardeerd en om serieus genomen te worden, moet er veel meer werk
gemaakt worden van integer besturen.
De provincie heeft in de afgelopen vier jaar weinig werk gemaakt van
het betrekken van de mensen bij de politiek. Bij misschien wel de
belangrijkste beslissing uit het bestaan van de provincie - de verkoop
van Essent - is de Brabantse bevolking op geen enkele manier betrokken.
Dat had wél gemoeten, al was het maar omdat de bevolking tientallen
jaren heeft betaald aan Essent en feitelijk mede-eigenaar was.
Om mensen ervan te overtuigen dat ze toch vooral moeten gaan stemmen,
is het belangrijk dat ze zien dat de provincie nut heeft, dat de
politiek zich druk maakt over de problemen waar zij mee kampen. Een
provincie die bij allerlei belangrijke zaken roept: “Dat is onze taak
niet, daar moet het rijk voor zorgen”, zal niemand kunnen overtuigen
van het belang om te gaan stemmen.
Kenniseconomie versus deskundigheid van gewone mensen
‘Kenniseconomie’ is een van de mantra’s waarvan de politiek zich vaak
bedient. Het is een begrip dat men op vele manieren kan uitleggen: goed
en slecht. Het begrip wordt slecht gebruikt wanneer het als excuus
dient om er zonder verdere argumentatie grotere vliegvelden, nieuwe
wegen of dure adviesbureaus doorheen te jassen, al dan niet in
onverstaanbaar Engels.
Het begrip wordt goed gebruikt als men probeert de samenwerking tussen
overheid, onderwijsinstellingen en bedrijven te verbeteren. Dat kan
leiden tot een versterking van de Brabantse economie. De SP eist er in
dat kader ook op dat er voldoende aandacht is voor banen aan
de onderkant van de arbeidsmarkt, voor voldoende democratische
controle, voor versterking van het onderwijs en voor behoud van een
gezonde leefomgeving , wat ook belangrijke vestigingsfactoren zijn.
Eén en ander neemt niet weg dat er ook buiten de kenniseconomie kennis
bestaat: die van gewone mensen die heel goed weten wat er in hun
omgeving aan de hand is.
De SP ziet het als haar taak om deze kennis en deskundigheid te
betrekken bij politieke besluiten. De expertise van mensen uit de
praktijk moet veel hoger gewaardeerd worden. Dat past ook bij
democratie: ‘het volk regeert’. De kennis van het volk verdient
minimaal dezelfde waardering als de kennis van de, vaak commerciële,
‘hightech’ organisaties.
Dit hebben we de afgelopen periode gedaan:
- We stelden vragen over de ‘gouden handdrukken’ die aan vertrekkende
ambtenaren werden gegeven.
- We kwamen met het voorstel om van instellingen die subsidie van de
provincie ontvangen, te eisen dat er geen salarissen boven de
Balkenende-norm mogen worden uitbetaald. Dit is overgenomen.
- We stelden diverse kritische vragen over ‘snoepreisjes’ van
gedeputeerden en Statenleden.
- We stelden vragen over de eenzijdige berichtgeving van de provincie
op de advertentiepagina in regionale dagbladen ‘Provincie in de Buurt’.
- We verzetten ons tegen de aangekondigde verhoging van de vergoeding
voor Statenleden.
- We stelden vragen over het commissariaat van de toenmalige
Commissaris van de Koningin bij ING.
- We stelden vragen over het voor veel geld ontwikkelde Merk Brabant.
- Samen met de PvdA en de VVD stelden we vragen over discriminatie in
de veiligheidsmonitor.
- Samen met de PvdD vroegen wij de gedeputeerde om af te zien van een
betaalde bijbaan.
- We stelden vragen over de inhuur van extern personeel bij de
provincie en dienden ook een motie in om de inhuur van externen te
beperken. Helaas werd ons voorstel niet voldoende ondersteund.
- We stelden vragen over de dure opleiding die een vertrekkende
gedeputeerde op kosten van de gemeenschap mocht doen.
Onze voorstellen:
1.01 Commissarissen van de Koningin dienen te worden gekozen door de
leden van Provinciale Staten. De Commissaris van de Koningin en de
leden van Gedeputeerde Staten mogen hooguit maatschappelijke
nevenfuncties vervullen, waar zij ten hoogste een reële
onkostenvergoeding voor krijgen.
1.02 Er wordt onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van
bestuurlijke opsplitsing van Noord-Brabant.
1.03 Vergoedingen van Statenleden worden met 20 % verminderd (tot de
wettelijk toegestane minimumvergoeding).
1.04 Er kan alleen sprake zijn van gemeentelijke herindelingen wanneer
een meerderheid van de bevolking van de afzonderlijke betrokken
gemeenten hier, via een referendum, mee instemt.
1.05 De provincie voert een niet- discriminatiebeleid en stelt dito
eisen aan gesubsidieerde instellingen.
1.06 De provincie maakt meer werk van directe inspraak via referenda,
hoorzittingen en zogenaamde e-participatie (via internet).
1.07 Provinciale Staten en commissies vergaderen in principe openbaar.
Besloten vergaderingen vinden alleen plaats als daar zeer goede redenen
voor zijn.
1.08 Benoemingen van personen die de provincie in een bedrijf of orgaan
vertegenwoordigen moeten tot stand komen via openbare publicatie van de
functie en een objectieve sollicitatieprocedure.
1.09 De provincie voert een helder integriteitbeleid voor bestuurders
en ambtenaren, geeft daarover actieve voorlichting aan nieuwe
bestuurders en medewerkers en legt hierover verantwoording af in het
provinciaal jaarverslag.
1.10 Waterschappen worden bestuurlijk ondergebracht bij de provincie.
Wat betreft de uitvoering van de werkzaamheden dient er sprake te zijn
van een nauwe samenwerking met de gemeenten.
1.11 Alleen bij hoge uitzondering en bij aantoonbaar nut worden nog
buitenlandse reizen op kosten van de provincie gemaakt.
1.12 Beleids- en uitvoeringsplannen dienen op de eerste plaats door de
provinciale medewerkers zelf geschreven te worden. Er wordt jaarlijks
20 % bezuinigd op uitgaven aan externe adviesbureaus. Daarmee wordt
tevens voorkomen dat kennis uit de organisatie verdwijnt.
1.13 Veel beleidstukken zijn onnodig lang, ingewikkeld en juridisch
geschreven en daardoor in meerdere of mindere mate slecht leesbaar. De
SP stelt voor om hiervoor een redactieteam in te stellen.
1.14 De SP is bereid samen te werken met elke democratische partij die
uitgaat van de gelijkwaardigheid van mensen.
1.15 De wachtgeldregeling voor Statenleden wordt afgeschaft.
1.16 De SP vindt dat de provincie geen eigen belasting nodig heeft en
is daarom voor afschaffing van de opcenten bij de
motorrijtuigenbelasting.
1.17 De SP vindt dat het geld dat de provincie aan de verkoop van
Essent heeft overgehouden, terug moet naar de inwoners van Brabant.
2.
Werk, economie, energie en onderwijs
De provincie kan een stimulerende en coördinerende rol spelen bij het
bevorderen van werkgelegenheid, maar niet ten koste van natuur, milieu
en leefklimaat. Extra aandacht voor de bedrijfstakken die veel
werkgelegenheid opleveren voor lager geschoolden op de arbeidsmarkt is
van belang. Ook de werkgelegenheid voor de doelgroep 45+ verdient meer
aandacht. Het midden- en kleinbedrijf, dat relatief veel banen schept
en een grote binding heeft met de vestigingsplaats, speelt hierin een
belangrijke rol. Met het oog op de vergrijzing is meer aandacht nodig
voor de werkgelegenheid in de sectoren zorg, welzijn en recreatie. Deze
brengen ook werkgelegenheid voor toeleveranciers.
Voor nieuwe technische ontwikkelingen is hogere scholing en ruimte voor
innovatie van groot belang, maar er is tevens aandacht nodig voor de
laag opgeleide arbeidskrachten in Noord-Brabant. Dit vraagt om
bijzondere maatregelen in zowel het reguliere onderwijs als bij- en
omscholing. Het bedrijfsleven dient te worden aangesproken op zijn
verantwoordelijkheid om de kwalificaties van het personeel op peil te
houden in plaats van te gokken op de beschikbaarheid van goedkope
buitenlandse arbeidskrachten.
Een aantal belangrijke doelen op regionaal en provinciaal niveau is
wezenlijk afhankelijk van de beschikbaarheid van kwalitatief goed
onderwijs. Het VMBO is echter nog steeds het zorgenkind van het
onderwijs. Wat de SP betreft zou de provincie een ondersteunende rol
moeten spelen, bijvoorbeeld door te zorgen voor voldoende en
kwalitatief goede stageplekken, ook in de eigen organisatie.
De provincie dient zich in te blijven zetten voor de bereikbaarheid en
een duurzame (her)inrichting van Brabantse bedrijventerreinen. We
moeten zeer zuinig omgaan met grond voor nieuwe bedrijventerreinen, we
willen nu een stop op uitgifte. Een hoogwaardige leefomgeving is een
positieve factor in het vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Een
focus op regionale productie en consumptie vermindert de druk op wegen
en maakt de provincie minder kwetsbaar voor economische ontwikkelingen
op wereldschaal.
Actieve betrokkenheid bij het bedrijfsleven mag er niet toe leiden dat
de provincie financieel- economische risico’s op zich neemt die
eigenlijk bij het particuliere bedrijfsleven en banken thuishoren.
Nutsbedrijven horen in handen van de overheid te zijn. Essent had nooit
verkocht mogen worden en de SP wil dan ook dat de provincie een
duurzaam provinciaal energiebedrijf opricht, zonder commercieel oogmerk.
Toenemende behoefte aan mobiliteit wordt bij voorkeur niet gerealiseerd
door middel van nieuwe autowegen. Goed openbaar vervoer levert veel
meer voordelen op. Ook creatieve logistieke vernieuwingen, bijvoorbeeld
het slim organiseren van retourvrachten, kunnen bijdragen aan een
vermindering van de verkeersdruk. De provincie dient af te zien van het
Logistiek Park Moerdijk omdat er geen noodzaak voor is. Bovendien
schept het extra vervoer over de weg, dat andere bedrijfsactiviteiten
hindert.
Meer aandacht is nodig voor het goederenvervoer over water en als dat
niet mogelijk is per trein. Het havenschap Moerdijk dient niet
verzelfstandigd te worden. Samenwerking met het havenbedrijf Rotterdam
mag niet ten koste gaan van samenwerking met havenbedrijven binnen
Noord-Brabant. Goederenvervoer tussen Rotterdam of Moerdijk en
Antwerpen dient zo min mogelijk over de weg plaats te vinden.
De provincie dient waar mogelijk onderzoek naar en gebruik van
alternatieve energiebronnen te stimuleren. In het bijzonder geldt dit
voor het gebruik van zonnekracht voor de productie van elektriciteit en
warmte. Grootschalige windmolenparken passen niet in het Brabantse
landschap. Het is zinvoller om kijken naar kleinere, meer algemeen
toepasbare alternatieven met windenergie en stimulering van
kleinschalige particuliere initiatieven. Mestvergisting op kleine
schaal kan als bron van energie nuttig zijn, maar mag geen motief
worden voor een verdere uitbreiding en opschaling van de intensieve
veehouderij. Reststromen in tuin- en akkerbouw kunnen ook benut worden
voor de productie van energie, maar zinvoller kan zijn ze te benutten
in de chemie (ter vervanging van de aardolie) en in de grondverbetering
(compost).
De landbouw dient minder op de bulkproductie voor de export op
wereldschaal gericht te zijn. Er is meer aandacht nodig voor de
diversificatie en grondgebonden, en liefst biologische, landbouw. Bij
de akkerbouw is (her)introductie van planten die zout kunnen verdragen
raadzaam.
Brabant telt een aantal ‘gevaarlijke’ ondernemingen, die zo gevaarlijk
zijn dat de het BRZO (Besluit Rampen en Zware Ongevallen) vallen. Die
staan op de provinciale risicokaart. Die kaart moet informatiever
worden. Er moeten gebiedsgerichte veiligheidsplannen komen rond
dergelijke ondernemingen. De provincie moet die maken of zorgen dat de
gemeenten die maken. Verder vindt de SP dat de regelgeving rond dit
soort ondernemingen op sommige punten onvoldoende of ondoorzichtig is,
zoals die waarop het groepsrisico gebaseerd wordt. De provincie moet
zich ervoor inzetten dat de wetgeving rond gevaarlijke bedrijven zich
verder ontwikkelt. Het is onder andere belangrijk dat er een digitaal
voorraadbeheer komt, dat live online beschikbaar is bij de brandweer.
Er rijden door Brabant treinen met gevaarlijke stoffen, vaak dichtbij
woningen. Het gesleep met gevaarlijke stoffen moet op de eerste plaats
voorkomen worden door vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te
vestigen. Indien mogelijk moeten die treinen over de Betuweroute en
niet door de Brabantse steden. De samenstelling van een giftrein moet
rechtstreeks on line door de Brantweer opvraagbaar zijn.
Dit hebben we gedaan:
- We voerden uitgebreid actie tegen de verkoop van Essent met o.a. een
grote publieksactie en een debatavond. In de Staten werd ons voorstel
om Essent niet te verkopen eerst aangenomen, maar een paar weken later
werd alsnog besloten om Essent te verkopen.
- We voerden actie tegen de in 2007 voorgenomen fusie tussen Essent en
Nuon.
- We stelden vragen over de plotselinge sterke verhogingen van de
dubbeltarieven (dal- en nachttarieven) door Essent.
- We pleitten voor een betere en duidelijkere regeling voor de
terugleververgoeding voor duurzame energie.
- We stelden vragen over de mensonwaardige behandeling en huisvesting
van Poolse werkneemsters in de agrarische sector.
- Samen met de FNV voerden onze Statenleden actie tegen de verhoging
van de AOW-leeftijd.
- We stelden voor een onafhankelijke stuurgroep voor MSD in Oss in te
stellen.
- We stelden vragen over de plannen voor een nieuwe kerncentrale in
Borssele.
Onze voorstellen:
2.01 De Brabantse economie functioneert op allerlei niveaus, van
grootschalige internationale ondernemingen tot kleinschalige lokale
ondernemingen. Dat vraagt om een economisch beleid met aandacht voor
diverse niveaus, van de kenniseconomie tot de lokale werkplaatsen en
landbouw. De SP wil de op de omgeving gerichte economie extra
versterken.
2.02 Er moeten meer stageplaatsen worden gerealiseerd in de Brabantse
bedrijven en in de provinciale organisatie. Daarbij dient speciale
aandacht gegeven te worden aan kansarme groepen leerlingen.
Vroegtijdige schooluitval dient zoveel mogelijk te worden voorkomen,
onder andere door te zorgen voor meer perspectief op de arbeidsmarkt.
2.03 De provincie neemt een actieve rol op zich om schaalvergroting in
het onderwijs tegen te gaan. In plaats van leerfabrieken stimuleert zij
kleinschalige scholen, waar leerlingen kunnen rekenen op directe,
persoonlijke begeleiding.
2.04 Stimuleren van opleiding, nascholing en werkgelegenheid voor lager
geschoolden, de leerbon moet terugkomen.
2.05 Stimuleren van besparingen op het transport in productie- en
distributieketens.
2.06 Bij vervoer van gevaarlijke stoffen dient de inhoud van de
transporten rechtstreeks online beschikbaar te zijn voor de
hulpdiensten.
2.07 De provincie moet toezien op de doeltreffendheid van de
gemeentelijke rampenbestrijding. Waar nodig moet de provincie gemeenten
aanspreken op een betere taakvervulling. Een gemeentelijke ramp die uit
de hand loopt, kan immers uitgroeien tot een provinciale ramp.
2.08 Provinciale structuurvisies moeten een (explicietere) paragraaf
krijgen waarin de fysieke veiligheid van industrieterreinen en
transportgassen aan de orde komt. Gemeenten moeten die dan meenemen in
hun bestemmingsplannen.
2.09 Meer werk maken van duurzame herstructurering van oude
bedrijventerreinen, rekening houdend met de draagkracht van de omgeving
en de druk op de natuur. Een stop op nieuwe bedrijventerreinen.
2.10 De provincie stimuleert de aansluiting van de bedrijventerreinen
op het openbaar vervoernet. Ook de bereikbaarheid per fiets moet worden
verbeterd.
2.11 De provincie is terughoudend in het participeren in risicodragend
kapitaal.
2.12 De provincie moet minder afhankelijk worden van defensieopdrachten
waaronder het eventuele onderhoud van de JSF in Woensdrecht (waar de SP
toch al geen voorstander van is).
2.13 De provincie stimuleert zuinig energiegebruik en duurzame
(alternatieve) energievoorziening. Gemeenten worden gesteund in het
ontwikkelen van lokale initiatieven bijvoorbeeld op daken voor woningen
en (grote) landbouwschuren.
2.14 Particulieren en ondernemers die meer duurzame energie opwekken
dan voor eigen gebruik nodig is en terugleveren aan het energienet,
ontvangen zonder limiet een redelijke prijs per kWh geleverde energie.
2.15 De provincie is samen met andere provincies en gemeenten eigenaar
van het elektriciteitsnet. Om het groeiende aantal (kleinschalige)
producenten van duurzame energie zekerheid te kunnen bieden om aan het
netwerk te leveren, zet de provincie een nieuw eigen energiebedrijf op
dat zorgt voor de productie, inkoop en distributie van duurzame
energie. Samenwerking met particulieren, onderwijsinstellingen en
bedrijven is hierbij het uitgangspunt.
2.16 Het provinciale aanbestedingsbeleid moet gebaseerd zijn op
duurzaamheid en correcte arbeidswetgeving.
2.17 Aanvragers van (milieu)vergunningen dienen vooraf duidelijkheid te
hebben over de eisen en criteria waar hun bedrijfsvoering aan moet
voldoen, over de aan te leveren informatie en over de termijn
waarbinnen een beslissing genomen wordt. De eisen mogen gedurende de
procedure niet worden veranderd.
2.18 Het havenschap Moerdijk wordt niet verzelfstandigd.
2.19 De provincie biedt ruimte aan, en stimuleert de ontwikkeling van
het midden- en kleinbedrijf.
3.
3. (Jeugd)zorg, welzijn en andere provinciale zorgtaken
Iedereen heeft recht op kwalitatief goede zorg. Om de zorg betaalbaar,
toegankelijk en goed te houden, is solidariteit het uitgangspunt.
Hoewel de provincie een beperkt aantal taken heeft als het gaat om
zorg, zijn die wel belangrijk. Meest in het oog springend de afgelopen
periode was de jeugdzorg, waarin de provincie een hoofdrol heeft, maar
ook ambulancevervoer, openbaar vervoer voor mensen met een handicap en
het ondersteunen van bijvoorbeeld de telefonische hulpdienst (Sensoor)
zijn voor vele Brabanders belangrijk.
De jeugdzorg is enorm versnipperd door verschillende
financieringsstromen, verschillende wetten en veel verschillende
uitvoeringsorganisaties, waaronder Bureau Jeugdzorg. Zo’n 5% van de
jeugd is aangewezen op curatieve (genezende) jeugdzorg, waarvoor de
provincie verantwoordelijk is. Gemeenten, zorgverzekeraars, AWBZ,
justitie en anderen doen ‘de rest’ waaronder preventie. Door die
versnippering is er onvoldoende logische samenwerking en is er veel
dure bureaucratie. Bovendien komen kinderen, hun ouders, maar ook
hardwerkende hulpverleners, steeds vaker in de knel. Wachttijden,
gesjouw van de ene naar de andere plaats, misverstanden tussen
hulpverleners en andere instanties zijn aan de orde van de dag.
De aanhoudende wachtlijsten en de enorme bureaucratie maken dat de
jeugdhulpverleners meer achter hun computer zitten dan dat zij bij de
gezinnen zijn. Ouders en kinderen voelen zich steeds minder gehoord en
moeten lang wachten op hulp. Dat moet en kan anders. Om jeugdzorg zo
dicht en zo snel mogelijk bij de mensen te organiseren wil de SP dat
gemeenten zoveel mogelijk verantwoordelijk worden om jeugdzorg in de
wijken te organiseren. Verslaglegging wordt tot een minimum beperkt
zodat hulpverleners weer kunnen zijn waar ze nodig zijn, in de
gezinnen. Indicatiestelling is alleen inhoudelijk en wordt een
onderdeel van de hulpverleningsplannen.
Behalve jeugdzorg heeft de provincie nog enkele andere zorgtaken. De SP
is en was het oneens met de onlangs besloten bezuinigingen op
bijvoorbeeld Sensoor (voorheen SOS Telefonische Hulpdienst). Voor veel
mensen in nood is Sensoor de laatste strohalm en vaak het begin van de
weg terug.
De Provinciale Raad voor Volksgezondheid en Maatschappelijke Zorg
(PRVMZ) is een belangrijk onderzoeks- en adviesorgaan en heeft zich
onder andere verdienstelijk gemaakt voor onderzoek naar zoönosen
(ziektes die overgaan van dier tot mens), de belangen van
Q-koortspatiënten en voor het herstel van mensen met langdurige
psychische problemen. Bezuinigingen op deze kleine, maar effectieve
organisatie moeten worden teruggedraaid.
Voor mensen met een handicap en ouderen is goed (openbaar) vervoer
belangrijk. De provincie heeft hierin een hoofdrol in de samenwerking
met gemeenten. De ‘regiotaxi’s’ dienen goed en goedkoop te werken en
het gewone openbaar vervoer moet toegankelijk zijn.
De marktwerking heeft al veel kapot gemaakt in de zorg. De provincie
hoort actief te zijn in het bestrijden van voorkruipzorg, zoals die nu
al plaatsvindt in de verslavingszorg en bij de huisartsen (SOS-artsen).
Mensen met geld krijgen eerder of betere zorg dan mensen zonder geld;
deze tweedeling is onacceptabel. Ook de soms idioot hoge salarissen
moeten aangepakt worden.
Dit hebben we gedaan:
- De SP hield regelmatig pleidooien om kinderen centraal te stellen en
niet het geld, de procedure of de instelling. Wij hebben zeer
regelmatig contact gehad met kinderen, ouders en hulpverleners en
brachten hun ervaringen over.
- De SP heeft vragen gesteld over onder andere: belangenverstrengeling
in het bestuur van Bureau Jeugdzorg, de veel te hoge salarissen voor
interim-managers, budgetkortingen voor jeugdzorgaanbieders, het afkopen
van de wettelijke verplichting om tijdig een gezinsvoord aan te stellen
(was onderwerp bij Nova) en het niet meewerken aan het
mantelzorgcompliment.
- Wij hebben aandacht gevraagd voor het gegeven dat mensen met klachten
in de jeugdzorg alleen terecht kunnen bij de instanties die het
probleem veroorzaken. De klachten worden vervolgens niet inhoudelijk
maar uitsluiten procedureel beoordeeld en de instelling ma zelf weten
of ze al dan niet iets met de klacht doet. De SP pleitte voor een
onafhankelijke klachtenregeling.
- In Oosterhout deelden we gebakjes uit in enkele verzorgingshuizen
nadat bekend was geworden dat allerlei extraatjes voor de ouderen
afgeschaft dreigden te worden.
- We organiseerden een tweetal bijeenkomsten over wat de provincie kan
doen voor homo’s, lesbische vrouwen, biseksuelen en transgenders (hlbt)
ook stelden we vragen over nachttreinen voor Roze Zaterdag en over de
meldpunten discriminatie.
Onze voorstellen:
3.01 In overleg met de landelijke politiek, andere provincies en
gemeenten zo snel mogelijk komen tot een vereenvoudiging van de
jeugdzorg, waarbij jeugdzorg zoveel mogelijk naar de gemeenten gaat.
Hierbij moet gezorgd worden voor voldoende & geoormerkt budget.
3.02 Er komt een kwaliteitsverplichting waarop provincie en de
gemeenten toezien.
3.03 De wachtlijsten moeten drastisch verkort worden.
3.04 Er komt een verbod op salarissen boven de “Gedeputeerdennorm”.
3.05 Bureaucratie, vaste (algemene) kosten en overlegstructuren moeten
worden teruggedrongen, zodat er meer geld en menskracht vrijkomt voor
het daadwerkelijk werken met kinderen en jongeren.
3.06 De SP is voor het afschaffen van de (externe) indicatiestelling
met al haar bureaucratie. Inhoudelijke indicaties vormen een onderdeel
van de hulpplannen.
3.07 Er wordt een provinciale ombudsman ingesteld die onafhankelijke
uitspraken kan doen over klachten en die kan toetsen of de geleverde
zorg voldoende kwaliteit heeft zodat kinderen er op de langere termijn
ook mee vooruit kunnen. Daarnaast wil de SP komen tot invoering van het
tuchtrecht in de jeugdzorg.
3.08 Jeugdzorg moet zorg blijven verlenen tot 21 jaar als er al sprake
was van zorg voordat de jongere in kwestie 18 jaar was.
3.09 Brabantbrede steun voor het project ‘De Roze Loper’ dat zich richt
op het doorbreken van het isolement van hlbt-ouderen.
3.10 De kennis over seksuele diversiteit moet worden vergroot bij
Jeugdzorg, GGD en overige gesubsidieerde instanties.
3.11 De bezuinigingen op Sensoor en de PRVMZ worden teruggedraaid.
3.12 Meer geld naar regiotaxi’s voor comfortabel en snel vervoer van
mensen met een beperking, meer investeren in het toegankelijk maken van
het gewone openbaar vervoer.

4.
Verkeer en vervoer
De bereikbaarheid en mobiliteit in Brabant komen steeds meer in de
knel. De provincie dient hier wat aan te doen. Zij is immers
verantwoordelijk voor het openbaar stads- en streekvervoer en voor het
provinciale wegennet.
Het besef dat bereikbaarheidsproblemen niet opgelost kunnen worden door
alleen maar meer asfalt aan te leggen wordt gelukkig steeds groter.
Investeren in goed en goedkoop openbaar vervoer draagt op een duurzame
manier bij aan de aanpak van het bereikbaarheidsvraagstuk en de daarmee
samenhangende leefbaarheids- en milieuproblemen. Wij pleiten voor een
fors programma van investeringen in het openbaar vervoer: een fijnmazig
netwerk van lijnen en haltes, hoge frequenties, comfortabele en veilige
bussen, meer vrije busbanen en aantrekkelijke tarieven. Het OV-netwerk
wordt aangevuld met de regiotaxi die wel stipter, klantvriendelijker en
goedkoper moet rijden.
Wij zien het openbaar vervoer als een basisvoorziening, als een
vertaling van het recht van Brabanders op basismobiliteit. Veel mensen
die geen auto kunnen of willen rijden zijn afhankelijk van het openbaar
vervoer. De lage tarieven voor ouderen (65+) en kinderen (12-) tijdens
de proefprojecten Goedkoop Openbaar Vervoer hebben positieve resultaten
laten zien. Wij pleiten voor de herintroductie van het lage tarief van
30 cent voor deze doelgroepen en de herintroductie van het tarief van
60 cent voor de overige gebruikers.
Privatisering en marktwerking in het OV hebben ervoor gezorgd dat de
gemeenschap steeds minder te zeggen heeft over deze belangrijke
basisvoorziening. Het Brabantse vervoersbedrijf BBA is verkocht. Met de
marktwerking is echter de winst van de private ondernemingen centraal
komen te staan en niet de reiziger en het vervoerspersoneel. De
afgelopen jaren is Brabant dan ook geconfronteerd met onveilige en
milieuvervuilende bussen en terechte stakingen van chauffeurs als
reactie op aanvallen op hun arbeidspositie. Het busvervoer moet zo snel
mogelijk terug in gemeenschapshanden; zodra dit wettelijk mogelijk is
dient de provincie weer een eigen vervoersbedrijf op te richten.
Vanwege haar ligging kampt ook onze provincie met een forse
fileproblematiek. Een gemakkelijke oplossing hiervoor bestaat niet.
Slimme oplossingen om de files te verminderen zijn er wel. Naast meer
openbaar vervoer, ook op industrieterreinen en in kantoorgebieden,
dient bestaand asfalt beter benut te worden met dynamische
informatiepanelen, wegmarkeringen, verkeerslichten en
navigatiesystemen. Goederenvervoer over de weg moet zoveel mogelijk
verplaatst worden naar de binnenvaart. Ook de fiets, een gezonde en
uiterst milieuvriendelijke vervoersvorm, dient ruim baan te krijgen.
Eveneens dient het openbaar vervoer per spoor gestimuleerd te worden,
zowel middels de aanpak van knelpunten op het bestaande netwerk via
spoorverdubbelingen en inhaalsporen als de aanleg van nieuwe stations
en spoorlijnen. De provincie moet zich inspannen voor de realisatie van
de stations Berghem, Berkel-Enschot, Breda-Oost, Den Bosch Maaspoort en
Eindhoven Acht. De aanleg van een spoorlijn langs de A27 tussen Breda
en Utrecht dient de hoogste prioriteit te krijgen. De Beneluxtrein, die
Roosendaal verbindt met Antwerpen, dient gehandhaaft te blijven. De
HSL, die duurdere tarieven hanteert en een reservering vereist, mag
geen reden zijn om de Beneluxtrein af te schaffen.
De Economische functie van Eindhoven Airport wordt sterk overdreven.
Dit vliegveld mag geen nieuwe groeilocatie worden voor Schiphol en
slechts groeien tot de grenzen zoals vastgelegd in de Planologische
Kern Beslissing van 2004. De uitkomsten van de zogenaamde ‘Alderstafel’
waarbij 25.000 extra vliegbewegingen worden toegestaan hebben
nauwelijks draagvlak. De provincie dient het Platform ‘de Tien Geboden’
als serieuze gesprekspartner te erkennen.
Dit hebben we gedaan:
- Met de oudere bewoners van de Sterrenbosflat in Oss en Verpleeghuis
Mariaoord uit Rosmalen voerden we actie voor een bushalte voor de deur.
- We steunden de stakende buschauffeurs voor een betere CAO en tegen
het veertien puntenplan van Veolia, een plan met grote verslechteringen
van de arbeidsomstandigheden van de chauffeurs. Het verzet van de
chauffeurs had uiteindelijk resultaat: het plan werd door Veolia
teruggetrokken. Ook stelden we vragen over de veiligheid van
buschauffeurs, na een incident waarbij een chauffeur werd mishandeld,
het inzetten van oude en vervuilende bussen door Arriva, knelpunten in
het OV in Goirle en de slechte busverbinding 603 Dongen – ROC Andel, de
verslechtering van de bereikbaarheid als gevolg van de inkorting van
busroute 9 in Udenhout, etc.
- Samen met een aantal jongeren voerden we actie voor een nachtbus
tussen Waalwijk en Tilburg o.a. door een aantal nachten een bus te
laten rijden en we dienden twee moties in over het verbeteren van het
nachtnet die beiden werden aangenomen.
- We organiseerden verschillende bijeenkomsten over overlast door
vliegverkeer en stelden diverse vragen over Eindhoven Airport en de
stank- en herrievluchten van de AWACS.
- We dienden samen met GroenLinks een voorstel in om de groei van
Eindhoven Airport te schrappen uit de ruimtelijke toekomstplannen van
de provincie. Dit voorstel werd unaniem overgenomen.
- We ondersteunden de actiegroep ‘De 10 geboden voor Eindhoven Airport’.
- We stelden vragen over een spoorverbinding tussen Breda en Utrecht.
- We hebben een e-mail actie gevoerd om de PvdA-fractie in de Tweede
Kamer ervan te overtuigen de aanbestedingen in het Openbaar Vervoer
niet langer te verplichten.
- We stelden vragen om nachttreinen voor Roze Zaterdag in Bergen op
Zoom voor elkaar te krijgen.
- Samen met omwonenden voerden we actie voor een oplossing voor de A59
bij Heusden en we stelden vragen over het uitblijven van een oplossing
voor de geluidshinder bij de N289 en het uitblijven van een oplossing
voor de verkeersproblematiek in Odiliapeel.
- We voerden een grote publieksactie voor het behoud van het goedkope
buskaartje.
- We lanceerden een digitaal klachtenmeldpunt voor overlast door de
luchtvaart: www.vlieglawaai.nl
Onze voorstellen:
4.01 Basismobiliteit is een recht. Verpleeghuizen, ziekenhuizen,
huisartsenposten en scholen moeten bereikbaar zijn en blijven met
busvervoer. Deze voorzieningen moeten ontsloten worden met een bushalte
zo dicht mogelijk bij de deur maar op maximaal 200 meter.
4.02 De bereikbaarheid van het landelijk gebied met openbaar vervoer
moet worden verbeterd.
4.03 De economische crisis mag geen reden zijn om te stoppen met
investeringen in Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) en transferia.
Vooral Noordoost Brabant is een gebied dat vraagt om een voortvarende
aanpak, in het bijzonder de regio Uden – Veghel. Er moet ook aandacht
besteed worden aan een goede aanvoer bij het HOV bijvoorbeeld aanvoer
volgens het visgraatmodel.
4.04 Zestien- en zeventienjarige mbo-scholieren maken momenteel hoge
reiskosten om hun opleiding te kunnen volgen. De provincie dient hen te
voorzien van een zeer goedkope of liefst gratis jaarkaart voor de bus.
4.05 Het bustarief van 30 eurocent voor ouderen en kinderen en het 60
cent tarief voor andere gebruikers, wordt opnieuw ingevoerd.
4.06 Het openbaar vervoer maken we voor mensen met een beperking beter
toegankelijk, zowel de haltes als de bussen.
4.07 De OV-chipkaart mag pas verplicht worden als de invoering ervan
reizen aantoonbaar niet duurder maakt en de problemen met het gebruik
zijn opgelost. Tot dat moment moet het mogelijk zijn om de papieren
(strippen) kaart te reizen.
4.08 De provincie zorgt ervoor dat de gemeenten meer invloed krijgen op
het ov-beleid. Hiervoor moet de positie van de provincie als volledig
autonome vervoersautoriteit worden heroverwogen. Over binnenstedelijk
OV moet op gemeentelijk niveau worden besloten, bijvoorbeeld wanneer
het gaat om dienstregelingen, lijnen en haltes. Om problemen met
grensoverschrijdend OV binnen de provincie op te lossen, dienen er op
dit punt provinciebrede uitgangspunten te worden opgenomen in de
concessie. Beleid ten aanzien van tarieven en betaalvormen dient op
provinciaal niveau vastgesteld te worden.
4.09 De provincie dient te zogen voor betaalbare nachtbussen. Deze
dragen immers bij aan een grotere verkeersveiligheid, sociale
veiligheid en bruisende binnensteden. Er moet in ieder geval een
nachtlijn komen tussen Tilburg en Waalwijk.
4.10 De provincie stimuleert middelgrote en grote bedrijven om te
werken met bedrijfsvervoersplannen. Thuiswerken, gespreide werktijden,
fiets – en OV-gebruik worden daarin gestimuleerd.
4.11 Nieuw asfalt als de Oost- Westverbinding in de wegenruit rond
Eindhoven is niet urgent. In ieder geval dienen de natuurgebieden langs
het Wilhelminakanaal onaangetast te blijven door eventueel een tracé
ten noorden van Lieshout en ondertunneling bij het Dommeldal. In het
middengebied tussen Eindhoven en Helmond moeten de rust en de stilte
bevorderd worden.
4.12 De N69 zorgt voor grote bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen
in het gebied rond Waalre en Valkenswaard. Wij pleiten voor een snelle
oplossing die de Ecologische Hoofdstructuur, en daarbinnen vooral de
beekdalen van de Dommel en Keersop, zoveel mogelijk ontzien.
4.13 De doorstroming van het verkeer op de N65 moet worden verbeterd,
evenals de leefbaarheid in en de bereikbaarheid van de aanliggende
gemeenten. Een ombouw tot snelweg is echter een onnodige en onhaalbare
zaak. Prioriteit moet worden gegeven aan een verbetering van de
verkeersveiligheid door een aanpak van de gevaarlijke plekken en het
aanleggen van ongelijkvloerse kruisingen.
4.14 De Brabantse vaarwegen dienen verbeterd te worden en, voor zover
ze dat nog niet zijn, geschikt gemaakt te worden voor goederenvervoer.
4.15 Het gebruik van de fiets wordt volop gestimuleerd. Er komen meer
bewaakte fietsenstallingen en fietssnelwegen.
4.16 Bewoners dienen veel meer te worden betrokken bij
verkeersveiligheidsplannen in hun buurt.
4.17 Er vindt geen uitbreiding plaats van het vliegverkeer bij
Eindhoven Airport, tenzij overeenstemming is bereikt met het Platform
‘de 10 geboden’(in dat platform zijn o.a. regiogemeenten, omwonenden,
lokale politici en milieuorganisaties vertegenwoordigd).
4.18 De SP blijft zich inzetten voor het in stand houden van de
Beneluxtrein (de intercityverbinding tussen Vlaanderen en de Randstad
met opstap mogelijkheid in Roosendaal).
4.19 Bedrijventerreinen dienen zoveel mogelijk aangesloten te worden op
het OV-netwerk.

5.
Ruimte, milieu, natuur en landbouw
Brabant heeft twee gezichten. Het ene is dat van een mooie provincie,
waar mensen graag wonen en werken. Het andere gezicht is niet zo fraai.
In de afgelopen periode zijn enkele grote problemen duidelijk zichtbaar
geworden: de enorme schaalvergroting in de landbouw met al haar
gevolgen voor mens, dier en milieu, de ongewenste groei van
bedrijventerreinen, problemen in de handhaving van milieuoverlast,
overlastgevend (militair) vliegverkeer, een nog verder teruggelopen
biodiversiteit, de aantasting van landschap, rust en ruimte.
Tegelijkertijd kamen mensen in verzet. Het meest indrukwekkend was
ongetwijfeld het succesvolle burgerinitiatief ‘Megastallen Nee’, maar
er waren door heel Brabant comités, groepen en organisaties actief.
Tegen de verdere aantasting van landschap en natuur, tegen de
verrommeling, tegen aanleg van onnodige bedrijventerreinen, tegen
gevaren voor de volksgezondheid en dierziektes, tegen stank – of
geluidsoverlast. Al die tegenstand is feitelijk heel positief: vele
mensen voeren actie voor en zijn betrokken bij een goed milieu,
versterking van natuur en landschap, een gezond leven en dierenwelzijn.
Ze willen wat te vertellen hebben over hun dorp of stad, straat of erf.
En bovendien zijn deze mensen voor een actieve en optredende provincie.
De strijd die ze voeren levert ze ook veel kennis op, vaak meer dan
menig bestuurder of ambtenaar. Die kennis door ervaring wordt
onvoldoende gewaardeerd, maar maakt wel pijnlijk duidelijk dat het niet
alleen maar over ‘emoties ’gaat. De mensen in de omgeving weten heel
goed wat er aan de hand is met de glastuinbouw, de varkensstallen,
bedrijventerreinen en transportbewegingen, de vervuilde lucht, de
geluidsoverlast en de aantasting van landschap en natuur.
Wat is nu de rode draad bij die grote problemen en de strijd voor
verbetering? Bijna altijd is er sprake van (belangen)tegenstellingen.
Tussen één of enkele bedrijven en de gemeenschap, tussen uit de hand
gelopen landbouwontwikkeling en een gezonde natuur, tussen korte
termijnwinst versus lange termijnschade, tussen gemeentebesturen die
cliëntelistisch zijn en mensen die eerlijkheid en handhaving
verwachten, tussen projectontwikkelaars en mensen die jaren op een
betaalbare woning moeten wachten.
In 2007 kwam er een nieuwe wet op de ruimtelijke ordening, waarmee ook
de en bevoegdheden van de provincie veranderden. Zo hoeft de provincie
gemeentelijke bestemmingsplannen niet meer goed te keuren. Toch zijn er
nog steeds mogelijkheden voor de provincie om gemeenten te corrigeren,
bijvoorbeeld als ze in belangrijke natuur- en watergebieden willen
bouwen. De SP-fractie vindt dat de provincie vooral een beschermende
rol moet spelen, zeker als het gaat om de natuur, landbouw en
bedrijventerreinen. Opvallend is dat de meeste fracties juist liever
zien dat de provincie daarin bescheiden is, zij willen meer overlaten
aan gemeenten en (project)ontwikkelaars. Het gevaar daarvan is dat
marktbelangen en cliëntelisme de overhand krijgen en we hebben gezien
waar dat toe kan leiden. De SP is voor een actieve en optredende
provincie en niet voor een terugtredende passieve.
De provincie is voor sommige zaken bevoegd gezag. Zo is de provincie
bijvoorbeeld belast met het toezicht op een groot aantal , dat
brandgevaarlijk zijn en waar de omgang met afval soms meer door de
winst dan door het milieu gestuurd wordt. Hierdoor is het nodig dat de
handhaving versterkt
wordt en dat (waar nodig) er voldoende capaciteit is voor integrale
controles, waarbij een aantal overheidsdiensten samenwerken.
Bij het verlenen van milieuvergunningen moet rekening worden gehouden
met de effecten ervan op medewerkers, omwonenden, natuur en milieu.
Bewoners van stedelijke gebieden klagen steeds meer over
geluidsoverlast door vliegtuigen, treinen, auto’s, industrieterreinen,
evenementen. Te veel geluid is slecht voor de gezondheid.
De leefbaarheid in kleine kernen staat vooral door het wegvallen van de
voorzieningen sterk onder druk. De provincie moet zoveel mogelijk
lokale initiatieven en plannen steunen die de leefbaarheid van kleine
kernen willen bevorderen en behouden.
Water is de bron van alle leven en wordt in de toekomst naar
verwachting wereldprobleem nummer één. De SP vindt dat er meer aandacht
moet gaan naar bescherming van (en soms tegen) water. We zijn tegen
politieke waterschappen en vinden dat de waterschappen opgeheven kunnen
worden en hun taken onder het provinciebestuur moeten vallen. Dat
scheelt ook veel bestuurlijk en organisatorisch gedoe.
Dit hebben we gedaan:
- We waren actief tegen bedrijven die veel overlast veroorzaken en op
een verkeerde plek zitten (zoals De Heus in Ravenstein, KWS in
Eindhoven, Reiling in Sterksel, Weijer in Deurne). In de Staten stelden
we de problemen aan de kaak, daarbuiten hielden we enquêtes, bezochten
en steunden we bewonerscomités, organiseerden we openbare avonden,
publiceerden we kritiek en alternatieven (zie o.a.
www.blog.ronvanzeeland.nl en www.veerleslegers.sp.nl ). Actievoerende
bewoners konden rekenen op actieve steun van de SP-fractie.
- De SP was zeer actief tegen de dreigende komst van de megastallen. We
organiseerden meerdere goed bezochte discussieavonden, steunden het
burgerinitiatief ‘Megastallen Nee’ met onder andere gratis drukwerk,
bezochten vele Landbouw Ontwikkelingsgebieden (LOG’s) en spraken met
tientallen omwonenden en actiegroepen. Binnen de Staten deden we
talloze voorstellen en hielden doorlopend druk op de ketel om de komst
van megastallen te voorkomen. Op 19 maart 2010 was het mede aan de
SP-fractie te danken dat Brabant koos voor een andere koers: er kwam
een slot op de LOG’s en er werd een grens gesteld aan de grootte en
hoogte van stallen.
- Mede door druk van de SP kwam er een meerderheid in Provinciale
Staten voor een goed gezondheidsonderzoek naar de effecten van zoönosen
(ziekten die overgaan van dier op mens), we verdedigden de belangen van
Q-koortspatiënten.
- We steunden diverse actiegroepen door heel Brabant in hun strijd
tegen te grote LOG’s en megastallen, milieuoverlast, de aanleg van
onmogelijke bedrijventerreinen (o.a. Etten-Leur, Moerdijk en Haps), de
onwenselijke en onmenselijke huisvesting van Oost-Europese
arbeidsmigranten op vakantieparken en in het buitengebied en
grootschalige glastuinbouw.
- We zijn met actieve bewoners gestart met een website
(www.vlieglawaai.nl), waar mensen overlast van vliegverkeer kunnen
melden.
- Naar aanleiding van vragen die we stelden stapt de provincie over
naar het gebruik van 70-grams papier.
- Een SP voorstel om natte natuurzones versneld aan te leggen is
aangenomen en wordt uitgevoerd. We stelden onnodige bomenkap aan de
kaak. Diverse opiniestukken over natuur verschenen in de pers.
- We stelden talloze vragen over gedoe met foute of vertraagde
milieuvergunningen, luchtkwaliteit, overlast van militaire luchtvaart,
duurzame energie, kolencentrales, gentechnologie, ongewenste
uitbreidingen van intensieve veehouderijen, extra geld voor de
Maashorst en andere natuurgebieden.
- Dankzij een SP voorstel staan nu twee mobiele luchtmeetpunten in
West-Brabant.
- We deden voorstellen over bescherming van kleine natuurgebieden, het
verplaatsen van De Heus, een moratorium voor nieuwe bedrijventerreinen,
verbetering waterwingebieden en vele andere zaken.
- Kapitaalintensieve functies (wonen en bedrijven) in het winterbed
zijn dankzij een SP-voorstel niet meer toegestaan.
- We stelden diverse grote problemen ster aan de kaak zoals de dubieuze
grondtransacties (‘Heijmansdeal’), waarbij het provinciebestuur het
grote bedrijf ‘hielp’ en de overlast van De Heus, waarbij de provincie
niet bij machte was een juridisch waterdichte milieuvergunning af te
geven die recht deed aan de zorgen en overlast van de inwoners van
Ravenstein.
Onze voorstellen:
5.01 Bij de herinrichting van het platteland moet rekening gehouden
worden met de al bestaande ruimtelijke inrichting van Brabant: niet
meer of extra grote veebedrijven vlakbij industrie en/of bewoning en/of
recreatiegebieden, maar ook niet in een cultuur- of natuurhistorisch
waardevol gebied of in of nabij kwetsbare natuurgebieden.
5.02 De Ecologische Hoofdstructuur(EHS) dient te worden afgemaakt.
5.03 De nadruk moet komen te liggen op streekeigen productie en –
consumptie en op het multifunctionele karakter van onze landbouw.
5.04 Reconstructiecommissies moeten een vertegenwoordiging van alle
belanghebbenden, niet alleen van de economisch meest dominante. Een
onafhankelijk scheidsrechter moet het reconstructieproces begeleiden.
Deze commissies moeten democratische verantwoording afleggen.
5.05 Grondgebonden veehouderijen stimuleren, niet-grondgebonden
grootschalige industriële veehouderijen sterk ontmoedigen.
5.06 Stimuleren gemengde bedrijven (die produceren voor meerdere
markten en dus aan risicospreiding doen). Bijvoorbeeld akkerbouw
& veeteelt of veeteelt & natuurbeheer/zorg/
kleinschalige recreatie/vermarkten streekproducten.
5.07 Samen met de Brabantse onderwijsinstellingen (o.a. HAS-MAS-TU-UvT)
alternatieven voor reguliere agrarische bedrijvigheid ontwikkelen en
stimuleren.
5.08 Stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe diensten, producten en
markten, en van samenwerking als boeren onderling, maar ook met grotere
coöperaties.
5.09 Aandacht en middelen voor Q-koortspatiënten en andere mensen die
ziek zijn geworden door aan de vee-industrie gerelateerde aandoeningen
zoals zoönosen of longziekten.
5.10 Geen vergunningverlening meer voor proefvelden met genetisch
gemanipuleerde gewassen en producten.
5.11 Meer handhaving en meer sancties onvoldoende gebruik van
verplichte technologische milieubeschermingsmiddelen.
5.12 De provincie gaat zich actief inzetten tegen de plezierjacht.
5.13 Natuur- en milieueducatie voor scholen en particulieren.
5.14 Verplaatsen overlastgevende bedrijven naar geschikte locaties op
bestaande bedrijventerreinen met als eis ‘de beste mogelijke nieuwe
technieken’.
5.15 Betere afstemming met België over luchtkwaliteit in de grensstreek
en grensoverschrijdende waterlopen en waterlozingen.
5.16 Alleen uitbreiding wateronttrekking boeren en industrie indien
noodzaak is aangetoond en alternatieve methoden zuinig watergebruik
zijn benut.
5.17 Betere handhaving op wateronttrekkingen.
5.18 Instellen bemeteringssysteem grondwateronttrekkingen en
inzichtelijk maken hoeveel daadwerkelijk onttrokken wordt.
5.19 Grondwatersysteem in kaart brengen.
5.20 Vervuiling oppervlaktewater door diffuse bronnen tegengaan door
middel van vergunningssysteem en handhaving.
5.21 Herstellen van de kringloop ‘voedsel > mens>
riool> bemesting> voedsel’.
5.22 De provincie steunt, binnen haar mogelijkheden initiatieven, die
gericht zijn op afvalloos werken (cradle to cradle). De provincie kan
daartoe kenniscentra opzetten of steunen, kan haar eigen huishouding zo
afvalloos mogelijk opzetten en kan in haar aanbestedingsbeleid
pluspunten geven aan contractanten die met afvalloze oplossingen komen.
5.23 Meer oppervlaktewater bestempelen als ‘natuurlijk water’ waardoor
het ambitieniveau voor waterkwaliteit wordt verhoogd.
5.24 Lasten diverse categorieën watergebruikers in relatie brengen tot
daadwerkelijk waterverbruik.
5.25 Waterschappen opheffen en taken bestuurlijk onderbrengen bij
provincies.
5.26 De verbetering van de ecologie en de waterkwaliteit die in de
Biesbosch noodzakelijk zijn en gedeeltelijk al in gang gezet, moeten
worden voortgezet. Brabant moet zich daarom inzetten voor het laten
doorgaan van het zogenaamde Kierbesluit voor het Haringvliet.
5.27 Om het probleem van de blauwalg in Zoommeer en Volkerak tegen te
gaan moet worden voortgegaan op voorstellen om deze wateren te
verzilten.
5.28 Er is in het verleden regelmatig overlast of dreiging geweest van
hoog water op de beken en rivieren. De provincie heeft een taak in het
bestrijden van de oorzaken. Bovenstrooms, eventueel in overleg met
België. Voor zover dat nog niet gebeurd is, moeten er draaiboeken klaar
liggen voor dit soort situaties. Het apparaat van de rampenbestrijding
moet regelmatig oefenen, bijvoorbeeld in evacuatiescenario’s.
5.29 Meer aandacht en maatregelen om verdroging van de natuur tegen te
gaan.
5.30 Klimaatadaptatie moet uitgangspunt zijn van beleid.
5.31 De provincie heeft een voorbeeldfunctie en verduurzaamt de eigen
en gesubsidieerde gebouwen en wagenpark en stimuleert
milieuverantwoorde, streekgebonden producten.
5.32 De provincie moet gemeenten die klimaatneutraal willen worden
ondersteunen met faciliteiten, geld en een kenniscentrum.
5.33 Er komt een provinciebreed netwerk van luchtmeetstations
(koppeling bestaand netwerk met nieuwe meetstations). De gegevens
worden op het internet openbaar inzichtelijk gemaakt per meetstation.
5.34 De handhaving van milieuvergunningen en –regels wordt versterkt.
Er wordt alerter gereageerd op klachten van omwonenden en hun
deskundigheid wordt erkend.
5.35 De provincie neemt de keten van: klachtenmelding – inspectie –
handhaving in eigen hand.
5.36 De provincie zet zich in om het geluid van militair vliegverkeer
te verminderen door spreiding van militaire functies over Nederland,
reductie van defensietaken en modernisering van de militaire
transportvloot.
5.37 De burgerluchtvaart op Eindhoven Airport wordt beperkt.
5.38 De provincie moet het geluid van civiele vliegvelden binnen
strakke grenzen vergunnen.
5.39 De provincie zet een systeem van geluidmeetpalen op, dat geluid
uit verschillende bronnen opvangt en thuis kan brengen. Dit systeem
moet in eerste instantie geïnstalleerd worden waar dat het hardst nodig
is, zoals in Acht, Best-Zuid en Tilburg-Gilze-Rijen.
5.40 De provincie doet bouwtechnische ingrepen aan de eigen wegen om de
productie en verspreiding van geluid te verminderen, en gaat overleg
aan met Rijkswaterstaat om (eventueel met cofinanciering) hetzelfde te
doen met rijkswegen.
5.41 De SP is voorstander van een onderzoek (en het landelijk inbrengen
van de resultaten daarvan) in welke mate de wet Geluidshinder nog
voldoet.
5.42 Grootschalige toepassing van windenergie kan alleen als er sprake
is van draagvlak onder de bevolking. In de praktijk zullen
grootschalige windturbineparken onhaalbaar zijn in Noord-Brabant, mede
omdat ze het kleinschalige landschap te veel aantasten. Grootschalige
windparken kunnen op zee gemaakt worden.
5.43 Er komt een moratorium op nieuwe bedrijventerreinen. De enorme
leegstand en verpaupering op bestaande terreinen wordt eerst aangepakt.
5.44 Actief toezicht en handhaving op gemeenten die willen bouwen in
natuurgebied.
5.45 Nieuwbouwprojecten krijgen alleen provinciale subsidie als het
totale project minimaal 30% sociale (huur) woningen bevat.
5.46 De provincie stelt harde eisen aan en ziet toe op een goede
huisvesting van arbeidsmigranten; ze bevordert de integratie en
voorkomt segregatie en overlast.
5.47 Stop de verstening van het platteland. Pas de ‘ruimte voor
ruimte’-regeling aan. Geen nieuwe woningen op het platteland, maar wel
bij de kernen.
5.48 We geven geen toestemming meer voor nieuwe particuliere
landgoederen.
5.49 De SP wil een rem op de ongebreidelde groei van golfterreinen in
Brabant. De open groene ruimte dreigt door deze groei te veel
geprivatiseerd te worden.

6. Kunst, geschiedenis & educatie
Brabant kent een rijke en veelzijdige geschiedenis en cultuur. Dit komt
tot uiting in de vele (kleine) musea, tentoonstellingen,
dialectfeesten, heemkundekringen etc. die de geschiedenis en de cultuur
levend houden. Een belangrijke historische plek is het oorlogsmonument
Kamp Vught, dat wat ons betreft ook in de toekomst gratis toegankelijk
blijft.
Wat de moderne kunst- en cultuuruitingen betreft is er in Brabant van
alles te doen, van pop tot dans, van theater tot filmproducties, vaak
vernieuwend en tegendraads. Onze provincie doet daar redelijk veel aan
en de SP zal dit beleid in de komende statenperiode blijven steunen.
Naast ruimte voor vernieuwing moet zeker ook het waardevolle worden
behouden.
Op het vlak van kunst- en cultuureducatie kan de provincie een
stimulerende en aanvullende rol spelen. Het is belangrijk dat kinderen
en jongeren in aanraking komen met allerlei kunstvormen, op school of
in hun vrije tijd. Voorwaarde is wel dat het de jongeren echt aan moet
spreken.
Instellingen als bibliotheken dienen voor alle jongeren tot 18 jaar
gratis te zijn ( voor zover dat nog niet zo is). Provinciale
ondersteuning van het bibliotheekwerk moet erop gericht zijn om zoveel
mogelijk vestigingen in dorpen en stadswijken te behouden. Dit is
belangrijk voor de leefbaarheid van kernen. Bibliotheken vormen, als
openbare culturele en educatieve basisvoorziening, de centrale plek
voor kennis en informatie voor alle Brabantse burgers. Bibliotheken
zijn nauw verbonden met sociale participatie en leefbaarheid, vooral
ook in de kleine kernen. De Brabantse Netwerkbibliotheek maakt
essentieel onderdeel uit van het provinciale netwerk van instellingen.
Deze bundeling van krachten zorgt ook in de toekomst voor een
kwalitatief goede en actuele bibliotheekvoorziening in heel Brabant.
Daarom heeft de provincie de taak om deze samenwerking blijvend te
bevorderen.
Dit hebben we gedaan:
- We dienden een motie in om de voorstelling ‘Tienduizend Zakdoeken’
van Heddy Lester in Kamp Vught opgevoerd te krijgen. De motie werd
unaniem ondersteund.
- We stelden vragen over het Cultuurconvenant met het rijk waarbij we
als provincie zouden moeten betalen voor de door het rijk vastgestelde
culturele basisinfrastructuur.
- Ons unaniem aangenomen initiatiefvoorstel waarbij we jongeren uit het
vmbo de kans gaven om, in samenwerking met Brabantse musea kunst te
maken, een expositie te regelen en daarmee een culturele reis voor de
hele klas te winnen, is onder de naam You Expo uitgevoerd en was een
groot succes.
- We dienden een in om geld voor, een noodzakelijke verbouwing, voor
poppodium W2 in Den Bosch te krijgen. De motie is helaas niet
aangenomen.
- We stelden vragen over het vele geld dat wordt uitgegeven aan alleen
al de poging om Culturele Hoofdstad te worden in 2018.
Onze voorstellen:
6.01 We stimuleren scholen (van basisschool tot en met voortgezet
onderwijs) tot museum- en theaterbezoek en het leren kennen van
verschillende kunstvormen van en door jongeren.
6.02 Alle jongeren tot 18 jaar krijgen een cultuurpas, tevens
bibliotheekpas. De provincie stelt hiervoor geld beschikbaar.
6.03 De provincie stimuleert culturele of ‘groene’ schoolreisjes door
het maken van aantrekkelijke informatiepakketten voor leraren.
6.04 Provinciale musea worden één dag in de maand gratis toegankelijk.
6.05 Het huidige niveau van provinciale cultuurinstellingen als
Brabantpop, Productiehuis Brabant, Brabantfilm, etc. blijft gehandhaafd.
6.06 In het kader van preventief jeugdbeleid moedigt de provincie de
amateurkunst onder jongeren aan, bijvoorbeeld door oefenruimte voor
bandjes en mogelijkheden voor optredens te subsidiëren als gemeenten
hiertoe niet in staat zijn.
6.07 We stellen muren beschikbaar (bijvoorbeeld geluidswallen) voor
graffitikunst.
6.08 De toegang voor Nationaal Monument Kamp Vught blijft gratis.
6.09 Vernieuwende projecten in kunst en cultuur worden gestimuleerd
door een ruimhartig incidenteel subsidiebeleid.
6.10 You Expo wordt voortgezet en met andere schooltypen uitgebreid.
6.11 De provincie maakt een einde aan de pogingen om Culturele
Hoofdstad te worden in 2018 en bespaart zo 50 miljoen euro.
7.
De provincie en het geld
De afgelopen jaren groeiden bij de provinciale financiën van
Noord-Brabant de bomen nog de hemel in. Maar ook de provincie voelt nu
de gevolgen van de economische crisis aan den lijve. De rijksoverheid
wil drastisch bezuinigen en heeft al een fikse korting op de uitkering
van het provinciefonds uitgevoerd en deze korting zou nog wel eens
verder op kunnen lopen.
Maar de is provincie bepaald niet armlastig. Naast flinke reserves door
de heffing van opcenten op de motorrijtuigenbelastingen dividend van
Essent heeft de verkoop van Essent de provincie naar schatting zo’n 2,7
miljard euro opgeleverd. Natuurlijk weet de landelijke overheid dit ook
en zal die extra willen bezuinigen op de rijkste provincies zoals
Noord-Brabant. Wij vinden dat de huidige provincie zich vooral moet
bezig houden met haar wettelijke taken, en die zijn beperkt. Daar
passen bescheiden budgetten bij. De SP heeft geen moeite als er geld
bij rijke provincies wordt weggehaald en dit geld naar gemeenten voor
het uitvoeren van belangrijke taken zoals een goede thuiszorg, goed
preventief jeugdbeleid, etc.
Mede door de kredietcrisis is de provincie bezig met een herbezinning
op haar taken en bezuinigt op voorhand alvast voor 20 tot 25%. De
reguliere begroting van 2010 bedraagt 1,2 miljard euro en zou in 2013
nog maar 1 miljard euro groot mogen zijn. Er is alvast een korting van
25% op personeel ingeboekt en ook vele andere posten, zoals jeugdbeleid
en milieu krijgen de komende jaren met meer dan gemiddelde
bezuinigingen te maken. Wat opvalt, is dat de provincie onder leiding
van CDA en VVD bij Verkeer en Vervoer vaak de bedragen voor asfalt
ongemoeid laat en de afgelopen bestuursperiode weigerde de opcenten
Motorrijtuigenbelasting (de enige provinciale belastinginkomsten) met
het inflatiecijfer te verhogen.
In de huidige begrotingen valt op dat de provincie vaak moeite heeft om
het gereserveerde geld ook werkelijk in het betreffende jaar uit te
geven. Vooral grote projecten, zoals die in het kader van BrabantStad
en de begroting voor Ruimtelijke Ordening (grondaankopen) lijden
hieraan.
Om de gevolgen van de economische crisis voor Brabant enigszins tegen
te gaan heeft de provincie de afgelopen twee jaar zo’n 300 miljoen euro
ingezet, met name in de bouwsector.
Onze voorstellen:
7.01 Gezien de onzekere economische toekomst legt de provincie niet
alle Essentgelden voor lange tijd vast. Deze gelden horen bovendien
zoveel mogelijk alle Brabanders ten goede te komen. De SP wil dat de
Essentgelden aan de Brabanders wordt teruggegeven.
7.02 De SP is voor afschaffing van de opcenten motorrijtuigenbelasting.
Een eigen belastinggebied is niet nodig; de provincie krijgt het geld
voor de uitvoering van haar taken via het provinciefonds van het Rijk.
7.03 De provincie mag de haar toevertrouwde gemeenschapsgelden niet
risicovol beleggen. Het kasbeleid moet transparant en controleerbaar
zijn.
7.04 De korting op personeel van 25% wordt vooralsnog losgelaten. Eerst
wordt de externe inhuur teruggebracht naar minder dan 10%. Extern
ingehuurd personeel wordt alleen op Cao-niveau betaald. Het fenomeen
‘draaideurambtenaar’ (ambtenaren die na ontslag hun diensten tegen
hogere vergoeding aanbieden) wordt zo tegengegaan.
7.05 Bij grote projecten en crisisbestrijding expliciete is er
expliciet aandacht voor het MKB en werkgelegenheid aan de ‘ onderkant’
van de arbeidsmarkt.
7.06 Goede controle en naleving van afspraken, zoals bij grondaankopen
en de inzet van middelen ter bestrijding van de economische crisis, is
nodig.
7.07 Zolang de Motorrijtuigenbelasting niet is afgeschaft verhoogt de
provincie ieder jaar de opcenten MRB met minstens het
inflatiepercentage.
7.08 Bij financiële deelname van de provincie in grote projecten met
anderen (de zogenaamde Publiek-Private-Samenwerkingsconstructies) dient
de rol van de provincie en haar partners vooraf te worden vastgelegd,
moet duidelijk zijn wie er beslist in geval van verschil van mening
evenals de termijn van deelname.
7.09 Alleen bij hoge uitzondering en bij aangetoond nut worden nog
buitenlandse reizen op kosten van de provincie gemaakt.
7.10 Er komt geen dure verbouwing van het Provinciehuis. Alleen de
meest noodzakelijke
aanpassingen worden doorgevoerd.
7.11 Het wachtgeld voor Statenleden wordt afgeschaft.
7.12 Er wordt geen geld voor Brabantpromotie uitgegeven. De
advertentiepagina ‘ De provincie in
de buurt’ wordt afgeschaft. De beste promotie voor Brabant zijn haar
prestaties en een
goede bereikbaarheid voor burgers.